Juiste omgevingslicht kwestie van combinatie lichtfactoren

Licht wordt in iedere omgeving uitgedrukt aan de hand van de lichtsterkte ( = het aantal lux). Met dat aantal wordt bepaald of er te weinig dan wel teveel licht aanwezig is. Is er te weinig, dan dient deze aangevuld te worden met kunstlicht. Is er te veel van aanwezig, dan dient deze gedempt te worden door middel van raambekleding. Beide zijn de belangrijkste factoren voor het bereiken van een optimale lichtsterkte.

De juiste lichtsterkte is bijvoorbeeld op de werkplek van groot belang voor het functioneren van medewerkers. Een onjuiste lichtsterkte kan leiden tot concentratie- en/of productieverlies. De veiligheid op de werkplek gebaat bij de juiste lichtsterkte, terwijl in de gebouwomgeving buitenverlichting en noodverlichting van belang zijn voor de beveiliging. Ook oefent licht invloed uit op de beleving, bijvoorbeeld als het decoratief en sfeer verhogend wordt ingezet. Tenslotte beperkt de inzet van raambekleding niet alleen lichtoverlast, maar kan ook ingezet voor de privacy.

Het bepalen van de juiste lichtsterkte raakt daarom veel meer kanten in de omgeving van veel sectoren. In een museum zal die lichtsterkte anders moeten zijn dan op school, in een zorginstelling, in een productieruimte, op de werkplek of in een vrachtwagenstalling. De inzet van lichtfactoren als kunstlicht en raambekleding dienen daarom afgestemd te worden op de doelen die het facilitair management en gebouwbeheer in deze sectoren nastreven. Het een mag niet ten koste gaan van het ander. Professionals op zoek naar de juiste combinatie beginnen daarom het beste met een bezoek aan de beursvloer.

De lichtsterkte in een werkomgeving is anders dan die in een magazijn. (Foto Shutterstock)